Hoera! Een blog!

Wauw. Hier is hij dan: mijn eerste blog. Een eigen site waarop ik mijn interesses, opgedane kennis en kwaliteiten kan delen. 
Als minorproduct heb ik gewerkt aan deze persoonlijke blog. Ik ben erachter gekomen dat ik mij beter in verhalen kan uiten dan in een klassiek schriftelijk stuk. Ook vind ik dit een moderne manier om mijzelf te uiten. Bloggen is een hit op het internet, over van alles en nog wat wordt 'geblogd'. Door verschillende soorten media te gebruiken wil ik een aantrekkelijke, inspirerende en informerende blog opzetten waarin ik gebruik maak van mijn minor cultuur, terugblik op mijn afgelopen jaren op zoek ben naar mijn geluk. Ik hoop je hiermee te vermaken en te inspireren, veel plezier!

Korte terugblik

De leidinggevende functie heeft altijd al een rol gespeeld in mijn leven. Al sinds mijn vijfde levensjaar was ik actief korfbalster. Hier kreeg ik al vroeg de band van ‘aanvoerder/captain’ om mijn arm. Ik moest de kinderen uit mijn team enthousiasmeren en aansporen tijdens trainingen en wedstrijden. Ik was ontzettend fanatiek en enthousiast waarmee ik de kinderen al gauw meenam in mijn plezier en fanatisme. Naarmate ik ouder werd kreeg ik ook interesse in het trainen en coachen van (jeugd)teams. Ik heb verschillende teams trainingen gegeven en gecoacht tijdens de wedstrijden. Ik beleefde hier veel plezier in het leren en aansturen van de kinderen: ze verder brengen en aanmoedigen te ontwikkelen en te willen winnen!

Lees verder...

Hotelschool

 photo hotello_zpsgruso0mv.png

Mijn tijd op de hotelschool is op zijn zachtst gezegd: "niet geslaagd". Ik voelde mij hier totaal niet op mijn plek. Naar mijn idee ging het daar alleen over hoe rijk je was, welke merkkleding je droeg, wie het best kon slijmen en met het mooiste accent Engels sprak. Mijn inkomen was €0, mijn kleding kwam van de H&M, slijmen kan ik niet en mijn Engels was ok. Ok, een woordje dat uit den boze was op deze school.  Tijdens het eerste jaar van de hotelschool woon je 'intern'. Dit betekent: met zestien mensen in één huis. Met zijn zestienen deel je de keuken, de woonkamer en het balkon(netje). Met zijn vieren deel je de badkamer en de wc. En met zijn tweeën deel je je slaapkamer. Aan deze samenleving moest in enorm wennen. "Van vier mensen in een groot huis, naar zestien mensen in een huis"...

Lees verder...

Zoektocht

Toen ik gestopt was met de hotelschool brandde de grote vraag; wat nu? Wat ga ik nu doen? Al jaren had ik het idee de hotelschool te gaan doen en hotelmanager te worden. Tijdens de opleiding bleek het toch niets voor mij te zijn. Het was november 2010 toen ik stopte, ik was 18 jaar oud en had geen idee wat ik nu moest doen. Vanaf januari werkte ik bij de slager, ik vond het best leuk om daar te werken, maar het motiveerde me ook om weer naar school te gaan: dit wilde ik niet de komende 50 jaar doen.
Bij het opruimen kwam ik toevallig mijn vriendenboekje uit groep acht tegen. Op de vraag: wat wil je later worden? antwoordde ik 'hotelmanager of een hele lieve juf'. Dat zette me aan het denken. Vroeger speelde ik altijd 'schooltje' met mijn vriendinnen (en knuffels) en was ik de juf. Ik ben me toen gaan verdiepen in de Pabo en voor ik het wist liep ik op de opendag van Pabo Thomas More rond. Mijn moeder en ik werden hartelijk ontvangen en rondgeleid, de sfeer voelde 100 maal beter dan op de hotelschool. Impulsief als ik ben, besloot ik mij direct in te schrijven op deze school, start september 2011.

Lees verder...

De bestemming

De titel van dit bericht is, hoe verrassend, geïnspireerd door een lied van Marco borsato, De Bestemming. De tekst van dit liedje maakte altijd al indruk op mij, en nu, tijdens deze zoektocht, waren de vragen en stellingen uit dit lied heel herkenbaar. Ik ben op zoek naar wat mijn (levens)doel is, wat mijn bestemming is. Wat wil ik bereiken? Waar wil ik naartoe werken? Daar kwam gelijk het volgende stukje tekst uit het lied in mij op: "Ik ben zoekend naar het antwoord op een vraag die niemand kent. Ik wil het spel gaan spelen, maar hoe moet dat als ik niet wat het doel is?". Een tijdje liep ik op de Pabo rond met het gevoel of dit vak nu echt bij mij past, of dit is wat ik wil. Vooral vroeg ik mij af ik al mijn interesses en kwaliteiten kwijt kon in dit vak. Tijdens mijn Lint/Lio - periode kwam ik erachter dat ik mij goed op mijn plek voelde 'als dé juf voor de klas'. De verantwoordelijkheid was groot en ik vond dat fijn, hier liggen mijn kwaliteiten; regelen en overzicht houden. 

Op de vraag of leerkracht mijn eindbestemming is durf ik nog niet een duidelijk antwoord op te geven. Ik sta op het punt om mijn Pabo diploma te halen. Helaas heb ik nog geen plek gevonden om te werken. Zodra ik mijn diploma heb, zal ik mij inschrijven bij verschillende inval poules. Hierdoor hoop ik zo snel mogelijk een baan te vinden op een school die bij mij past. Tevens voelt het heel raar om straks geen student meer te zijn. Voor mijn gevoel gaat het échte leven beginnen… "Het spel begint en dat het eindigt is gegeven, maar daar blijft het bij".

Ik als leerkracht

Zelfstandigheid vind ik erg belangrijk. Kinderen die zelf “problemen” op kunnen lossen. En als ze iets niet weten, niet meteen vragen, maar zelf ontdekken, zelf opzoeken en leren. Ik ben er van overtuigd dat ze het door zelf opzoeken beter onthouden, dan wanneer ik het klakkeloos voorzeg.
Wat ik vooral heel belangrijk vind is dat kinderen respect moeten hebben voor mij, hunzelf en elkaar. Door op een respectvolle manier met elkaar om te gaan, zal de sfeer en de harmonie in de klas goed zijn. Verder maakt het mij niet uit of een kind druk, rustig, actief of lui is: als hij/zij maar op een respectvolle manier de lessen volgt en wil leren.
Ik ben heel positief ingesteld. De dingen die goed gaan benadruk ik, om als voorbeeld te fungeren voor andere leerlingen.
Als er iets niet goed gaat, zal ik dat ook corrigeren, maar wel op een positieve, stimulerende manier waardoor kinderen zich willen verbeteren. Ook vind ik in gesprek gaan met de leerling(en) erg belangrijk: er wordt van twee kanten een situatie bekeken en samen kun je daar afspraken over maken.
Ik ga in gesprek met de leerlingen en sta voor hun mening en inzicht op de situatie. Ze hebben zeker een inbreng in dit verhaal. Ook hierin vind ik wel dat respect voorop staat en je op een respectvolle manier dit gesprek met elkaar moet voeren. Maar de kinderen zijn zeker vrij om hun ‘zegje te doen’ over een bepaalde gang van zaken.
 Ik probeer altijd aan te sluiten bij de specifieke behoeftes van de leerlingen. De ene leerling is de andere niet, en een ieder heeft een andere manier van stimuleren nodig. De regels zullen voor alle leerlingen hetzelfde zijn, maar ik ben me ervan bewust dat alle kinderen anders zijn en ook op een andere manier benaderd moeten worden. Ik ben het eens met Stevens dat de ontwikkeling van een kind bevorderd wordt als een leraar een omgeving weet te creëren waarin kinderen worden uitgedaagd zelfstandig zaken op te lossen (autonomie), het gevoel krijgen dat ze het echt kunnen (competentie) en merken dat hun relatie met de leraar en medeleerlingen een veilige basis is (relatie). Ik wil dat kinderen ‘willen leren’ en zich bewust worden dat ze op school zitten voor zichzelf, dat dat met een doel is. Het belangrijkste vind ik dat kinderen zich fijn voelen in de klas, ik streef naar een goed pedagogisch klimaat met een boel optimisme en positiviteit. Het gevoel van ‘er te mogen zijn’ is voor kinderen van essentieel belang